Politiek Theater in Plaats van Waarheidsvinding
In vrijwel elk politiek debat in de Tweede Kamer is het pijnlijk zichtbaar: de afwezigheid van inhoudelijke diepgang en een echte zoektocht naar waarheid. Wat de kiezer krijgt voorgeschoteld, is geen helder gesprek waarin feiten worden gewogen, argumenten worden onderzocht en waarheidsvinding centraal staat. Nee, het is een toneelstuk geworden. Een eindeloze aaneenschakeling van retoriek, drogredenen, framen, verdachtmakingen en morele chantage.
En misschien ligt het probleem al in het woord zelf: "debat". Een debat is namelijk van oorsprong een vorm van strijd — een botsing van standpunten waarin het doel niet is om elkaar te begrijpen, maar om te winnen. Het gaat om het onderuit halen van de ander, zelfs als dat betekent dat je retorische trucs of drogredenen inzet. Op scholen leren leerlingen al decennialang debatteren, en een van de technieken die ze daar leren is het strategisch gebruiken van retoriek om de ander te ontkrachten. Niet om samen tot waarheid te komen, maar om de waarheid van de ander te breken.
Een treffend voorbeeld hiervan is te vinden in de film The Great Debaters (2007), waarin een groep Afro-Amerikaanse studenten in de jaren dertig leert hoe ze via debatcompetities prestigieuze universiteiten kunnen verslaan. Hoewel de film op het eerste gezicht gaat over emancipatie en intellectuele kracht, wordt ook pijnlijk duidelijk dat het debat draait om winnen, niet om waarheidsvinding. In een van de scènes wordt expliciet geoefend op het inzetten van emotionele kracht, framing en het slim ontwijken van de kernvraag — technieken die je ook in de hedendaagse politiek voortdurend terugziet. Het lijkt verheven, maar het is in wezen een spel met overtuiging, niet met waarheid.
Tegelijkertijd is het wrange dat veel kijkers deze debatten juist als vermaak consumeren. Ze worden bekeken met cola en popcorn alsof het een voetbalwedstrijd betreft. Hoe spitsvondiger de uitspraken, hoe harder de één de ander onderuit haalt, hoe slimmer de ander de woorden weet te pareren — hoe groter de glimlach op het gezicht van menig burger of stemmer. Terwijl juist díe burger zou moeten beseffen dat het hier niet om entertainment zou moeten gaan. Wat we zien lijkt vermaak, maar zou een serieuze behandeling van onze gezamenlijke belangen moeten zijn. En zolang het publiek blijft juichen voor de retorische knock-out, blijft het systeem draaien op effect en niet op inhoud.
Dat zogenaamde publieke vermaak wordt bovendien versterkt door de constante stroom van korte YouTube-fragmenten die politieke uitspraken herleiden tot sensationele soundbites. En ja, ik kijk daar zelf ook naar — daar ben ik eerlijk in — maar het patroon is helder: filmpjes met titels als "Baudet laat Bromet alle hoeken van de kamer zien", "Caroline van der Plas sloopt D66", "Dit is te zielig voor woorden", of "Faber sloopt jammerende Jetten en krijgt applaus" domineren de suggestieve beeldvorming. Het politieke debat is verworden tot een vorm van gladiatorengevecht, waarbij het publiek vooral komt voor het bloed en het applaus, niet voor de waarheid.
Dat is fundamenteel anders dan een dialoog. Een dialoog is een ontmoeting van gedachten waarin het doel is om elkaar te verstaan, begrip te krijgen voor elkaars standpunt, en gezamenlijk tot een dieper inzicht of oplossing te komen. Dialogen worden gevoerd. Debatten worden gewonnen of verloren. Zolang het politieke systeem inzet op debatteren in plaats van dialogiseren, blijft het systeem gevangen in strijd en effectbejag. Dialogiseren — zoals het woord al impliceert — zou in een gezonde democratie veel logischer zijn dan debatteren. Het veronderstelt luisteren, afstemmen en samenwerken in plaats van verslaan.
Een treffend voorbeeld is een recent "debat" tussen Thierry Baudet en Suzanne Bromet. Baudet stelde dat de staat van de natuur in Nederland volgens waarnemingen meevalt en verwees naar een toename van biodiversiteit van 2,2% sinds 1990. Bromet reageerde niet op de inhoud, maar plaatste Baudet direct in het hokje "twijfelbrigade". Ze sprak haar vertrouwen uit in instituten zoals het Wereld Natuur Fonds en de Ecologische Autoriteit, zonder ook maar één feitelijk tegenargument te leveren. Beiden gingen voorbij aan de kern: het onderzoeken en bespreken van de onderliggende data.
Wat als Baudet een onderbouwd rapport had meegenomen, met exacte specificaties van die 2,2% toename? Wat als Bromet had gevraagd naar de verdeling van die toename, de samenstelling van soorten, en het netto-effect inclusief soorten die verdwenen zijn? Wat als beiden zich hadden vastgehouden aan inhoud in plaats van aan retoriek? Dan was het gesprek korter, effectiever en waardevoller geweest voor de burger.
Maar dat gebeurt niet. En dat is precies waarom deze "debatten" eindeloos duren. Het is een politiek pingpongspel dat vooral dient om de achterban te bespelen, de media te halen en de tegenstander te ridiculiseren. De werkelijke efficiëntie van de politiek is hierdoor schrikbarend laag. Als slechts 10% van de tijd in het parlement wordt besteed aan oprechte, onderbouwde beleidsvorming, dan betekent dit in feite dat we als belastingbetaler tien keer te veel betalen voor de werkelijke waarde die geleverd wordt.
In een normale organisatie zou een dergelijk prestatiepercentage tot ontslag leiden. In de politiek leidt het tot herverkiezing, zolang men de juiste retoriek weet te gebruiken. Dit systeem houdt zichzelf in stand door middel van schijntegenstellingen, gespeelde verontwaardiging en het structureel ontwijken van inhoudelijke verantwoordelijkheid.
De vraag is dan ook niet alleen hoe we de inhoud van het gesprek kunnen verbeteren, maar vooral: hoe we de politieke structuur zélf kunnen hervormen zodat dialoog, waarheid, verantwoordelijkheid en efficiëntie weer centraal komen te staan. Zolang het toneelspel loont, blijft de waarheid op het tweede plan.
Het wordt tijd dat we stoppen met het financieren van dit theater, en beginnen met het eisen van waarheidsgetrouwe, transparante en doelgerichte politiek waarin dialoog boven debat staat.