De Poppenkast van de Lintjesregen - Moreel Signaal of Werkelijke Waardering?
Terwijl Nederland elk jaar opnieuw getuige is van de traditionele lintjesregen, lijkt niemand zich meer af te vragen: wie bepaalt eigenlijk wat "bijzonder verdienstelijk" is? En met welk recht wordt het werk van de een tot koninklijk niveau verheven, terwijl het stille, dagelijkse werk van duizenden anderen onopgemerkt blijft?
Neem het recente voorbeeld van vijf vrijwilligers die zich inzetten voor asielzoekers via het COA. De politiek schoot in een kramp toen minister Faber weigerde haar handtekening te zetten onder hun koninklijke onderscheiding. Niet vanwege hun inzet zelf, maar omdat die inzet haaks zou staan op het huidige asielbeleid. Meteen sloeg de politieke elite alarm: "Polderpaleis in gevaar!"
Maar laten we even inzoomen op wat hier werkelijk speelt. De ene groep vrijwilligers krijgt het lintje als politiek gebaar. Tegelijkertijd zijn er duizenden mensen die al jaren werken met dementerende ouderen, zieken, mensen met een beperking, of wie dan ook die hulp nodig heeft. Dag in dag uit wassen ze, voeden ze, troosten ze, dragen ze. Niet als signaal, niet voor eer, maar omdat ze menselijkheid willen bieden waar die het hardst nodig is. En niemand die hen daarvoor uitnodigt bij de burgemeester, laat staan bij de koning.
Wat maakt het werk bij een asielzoekerscentrum dan zoveel "koninklijker"? Het antwoord is eenvoudig: niets. Maar het is actueel, politiek geladen en bruikbaar. De lintjesregen is hiermee verworden tot een theater, waarin waardering een bijrol speelt en politieke symboliek de hoofdrol opeist.
Bovendien is de hele ceremonie rondom die lintjes een toneelstuk op zich. Een erfelijk staatshoofd in netmantel en linten vol kronen, mensen die achteruit moeten lopen omdat het zo hoort — alsof we nog in een feodaal tijdperk leven. Waar haalt men in hemelsnaam de arrogantie vandaan om te beslissen wie wel en wie niet "van betekenis" is?
En dan nog dit: je kunt vinden wat je wilt van minister Faber — haar principes, haar keuzes, haar werkwijze — maar iemand publiekelijk voor de bus gooien voor politiek gewin is ronduit stuitend. De Kamer roept bij herhaling dat je op de bal moet spelen, niet op de persoon. Maar juist de mensen die nu het hardst schreeuwen hoe walgelijk Faber is, spelen het genadeloos op haar persoon. Het hypocriete toontje waarmee men dat doet, is pijnlijk zichtbaar. Waar is de integriteit gebleven?
Laten we niet langer doen alsof deze traditie gaat over oprechte erkenning. Het is een poppenkast. Echte waardering vindt plaats in stilte, in gebaren, in toewijding. Niet in lintjes van mensen die daar zelf nooit om hebben gevraagd.
En misschien moeten we daarmee beginnen: door waardigheid niet langer afhankelijk te maken van een koninklijk gebaar, maar van menselijkheid zelf.